RECHT OP DE STAD

het betere plan voor wonen in Rotterdam*

  Onze visie op nieuw woonbeleid 2021-2030:

De bewoner staat centraal. De stad wordt ontwikkeld vanuit de kracht van de huidige en toekomstige Rotterdammers.

 1. Wonen is een grondrecht

Elke Rotterdammer heeft recht op een goede, veilige en betaalbare woning in een sociale, prettige en veilige omgeving, ongeacht inkomen, afkomst pf woonduur. We bevorderen woonzekerheid voor iedereen.

2. Zeggenschap voor bewoners

Plannen worden samen met bewoners gemaakt en komen in samenspraak tot stand. De gemeente stimuleert en faciliteert bewoners om hun recht op zeggenschap uit te oefenen en onder- steunt nieuwe woonvormen zoals woon- coöperaties.

3. Intensiever onderhoud en verduurzaming van sociale huurwoningen

De betaalbare woningvoorraad wordt behouden. Sloop is een noodmaatregel en wordt alleen ingezet vanwege technische redenen, met terugkeergarantie en compensatie.

4. Bouwprogramma: stad voor iedereen

Nieuwe woningen worden gebouwd voor alle inkomensgroepen,  Groepen waarvoor de woningnood het hoogst is krijgen voorrang. Er wordt gebouwd op geschikte locaties, met waardering voor de sociaalhistorische karakteristieken van buurten.

5.Bescherming van bewoners

Marktwerking wordt zodanig ingeperkt dat het niet ten koste gaat van bewoners. De betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van de woningvoorraad blijven gegarandeerd.

maart 2021 | www.rechtopdestad.nl | Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. | Twitter @rechtopdestad | p. 1

 

Waarom dit plan?

Het Rotterdamse woonbeleid is dringend aan herziening toe. Het beleid dat in 2016 is vastgelegd in de ‘Woonvisie, koers naar 2030’ veroorzaakt veel leed en biedt geen antwoord op de groeiende wooncrisis. De beleidsaanpassingen die het huidige college heeft gedaan zijn ontoereikend.

RECHT OP DE STAD*

Door inkrimping van de sociale huursector, stijgende prijzen op de particuliere woningmarkt en het groeiend aantal urgente woningzoekenden is er een schrij- nend tekort aan betaalbare woningen ontstaan. De laagste inkomensgroepen, dak- en thuislozen, statushouders, middeninkomens, jongeren en starters worden hard getroffen.

Het huidige woonbeleid stuurt op inkomensgroepen: tot 2030 wil het stads- bestuur vooral bouwen voor Rotterdammers met hogere inkomens terwijl
de betaalbare voorraad door sloop (12.000 woningen) en renovatie of samen- voeging (10.000 woningen) doelbewust wordt ingekrompen. Wij verwerpen het huidige woonbeleid dat bewoners uitsluit op basis van inkomen.

Duizenden huishoudens zijn al geconfronteerd met falend woonbeleid:
de Wielewaal, Tweebosbuurt, HKT-blok, Patrimonium’s Hof, Gerdesiaweg blokken, Fazantstraat en Pompenburg komen steeds in het nieuws vanwege georganiseerd verzet en rechtszaken tegen dit beleid. Hun recht op zeggenschap wordt genegeerd. Helaas staat dit nog veel meer bewoners te wachten.

De gemeente treedt onvoldoende op tegen de dominantie van marktwerking. Dit gaat ten koste van zoekende en zittende Rotterdammers: zij moeten lang wachten op een woning, hun heil elders zoeken of belanden op straat. Speculanten kapen woningen weg, leegstand wordt niet aangepakt, verhuurders overtreden regels en woningprijzen stijgen explosief. Recht op de stad komt daarom met een alternatief plan voor woonbeleid in Rotterdam.

Het betere plan voor betaalbaar en duurzaam wonen in Rotterdam is een alternatief voor het woonbeleid van de gemeente Rotterdam, zoals in 2016

vastgelegd in de ‘Woonvisie, koers naar 2030’. Kom meer te weten op www.rechtopdestad.nl en sluit je bij ons aan.

*Recht op de stad is een initiatief van bewonersgroepen uit verschillende buurten en betrokken Rotterdammers.

 
 

Cody Hochstenbach is stadsgeograaf en werkzaam als postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. 

Weg met de arme Rotterdammer?

Z live: 19 augustus 2019

Afgelopen week stond de Rotterdamse Tweebosbuurt volop in de belangstelling. De gemeente en woningcorporatie Vestia willen bijna 600 sociale huurwoningen in dit buurtje in Rotterdam Zuid slopen. Er komen slechts 374 overwegend duurdere woningen voor terug.

Veel zittende huurders zullen dus moeten vertrekken. Een deel van de bewoners weigert dit te doen, waarna Vestia – ook wel bekend van de miljardenstrop door derivatenspeculatie – deze 'weigerverhuizers' voor de rechter heeft gedaagd.

De grote belangstelling voor de Tweebosbuurt is weliswaar uitzonderlijk, maar de plannen staan allerminst op zichzelf. In een tijd van woningnood is het sowieso bijzonder om woningen te verdunnen in plaats van te verdichten, maar er is meer aan de hand.

"Steden doen er alles aan om witte, hoogopgeleide tweeverdieners aan te trekken."

Het Rotterdamse stadsbestuur richt zich al geruime tijd op het uithollen van de sociale huurvoorraad. Tussen 2002 en 2017 is de corporatievoorraad met maar liefst 30.000 woningen gekrompen als gevolg van sloop en verkoop. Een spectaculaire afname. Daar komt nog eens bovenop dat ook de betaalbare particuliere huurvoorraad krimpt.

Het huidige akkoord 'Nieuwe energie voor Rotterdam', in 2018 ondertekend door een bonte coalitie van VVD, D66, GroenLinks, PvdA, CDA en SGP-ChristenUnie, voorziet in de sloop van nog eens 12.000 goedkope woningen tot 2030. Partijen van links tot rechts steunen dus de verdere afbraak van betaalbaar wonen. Tegelijkertijd zijn er volop duurdere koopwoningen toegevoegd, en stijgen de Rotterdamse huizenprijzen razendsnel.

Dit beleid wordt verkocht onder het mom van het sociaal mengen van zogenaamde achterstandsbuurten. Er komen immers duurdere marktwoningen beschikbaar in overwegend arme buurten. Bovendien zouden er nieuwe 'woonmilieus' gecreëerd worden: een nieuw type wijk dat nog ontbrak in de stad. Mooie woorden om mee te verbloemen waar het eigenlijk om te doen is: andere woningen voor andere mensen neerzetten.

Steden doen er alles aan om witte, hoogopgeleide tweeverdieners aan te trekken. Hun aanwezigheid zou cruciaal zijn om de internationale concurrentiestrijd aan te gaan met andere steden. Rotterdam is geen uitzondering. De stad is bijzonder expliciet in haar intenties, zo investeert ze in 'bakfietswijken' met als doel 'kansrijke' gezinnen aan zich te binden.

Zittende huurders met een laag inkomen of een migratieachtergrond zijn daarentegen een doorn in het oog van de stadsbestuurders. Hun aanwezigheid wordt geassocieerd met achterstanden en zou de statistieken naar beneden halen. Als burgemeester hamerde Ivo Opstelten er op dat Rotterdam de verkeerde lijstjes aanvoerde, en dat daar iets aan gedaan moest worden.

"Het is het schuiven met mensen in plaats van het aanpakken van structurele ongelijkheden."

Tegelijkertijd moet dit beleid achterstandsbuurten er bovenop helpen. Inderdaad, er wordt weer geïnvesteerd in de openbare ruimte, in de voorzieningen en in de woningen. Leuk, maar de oude bewoners zijn er niet mee geholpen. Zij moeten het veld ruimen en verkassen naar andere goedkope buurten waar weer nieuwe concentraties ontstaan. Sociaal mengingsbeleid richt zich namelijk zelden op het toevoegen van betaalbare woningen aan dure buurten, terwijl die duurste buurten doorgaans juist het sterkst gesegregeerd zijn.

Het is het schuiven met mensen in plaats van het aanpakken van structurele ongelijkheden.

De cruciale vraag is uiteindelijk voor wie je er bent als stadsbestuur. Ben je er voor de mensen die al in je stad wonen? Of ben je er vooral voor de mensen die je graag in je stad ziet komen wonen?

Dat laatste lijkt vaak het geval te zijn: voor kapitaalkrachtige nieuwkomers wordt de rode loper uitgerold, ook als dat ten koste gaat van de zittende bewoners. Meryem Slimani, bewoner van het Oude Westen in Rotterdam omschreef het onlangs treffend voor Vers Beton: "Het is fijn dat de wijk opgeknapt wordt. Maar het voelt heel oneerlijk dat het pas gebeurt als er mensen met geld in de wijk willen komen wonen."

Voor de armere Rotterdammers blijft doelbewust minder plek over. Je krijgt het gevoel dat de gemeente Rotterdam baalt van haar eigen inwoners. En dat is een grove schande.

VERSLAGGEVERSCOLUMNTOINE HEIJMANS

 

Was ik de directeur van Vestia, dan kocht ik de grootste bos rode rozen ooit en belde samen met de wethouder aan bij mevrouw Pelger

27 augustus 2019

Mevrouw Pelger moet weg, en snel wat, het is beter voor de buurt. De dagvaarding ligt op tafel. Zij noch haar huis hebben iets misdaan maar de buurt is zwak, vinden de woningbouw en de gemeente: rijp voor de sloop.

Grarda Pelger is van 1939 en in prima conditie, haar huis is van 1903 en in prima conditie, ze woont er al zeven decennia en de keuken is vrijwel nieuw. Niks mee te maken: Rotterdam Zuid moet een upgrade krijgen. Meer dure huizen, meer dure mensen, vaarwel sociale huur.

Blijkt die zwakke Tweebosbuurt ineens heel sterk: het verzet van de huurders is zo groot dat de woningcorporatie Vestia er nu honderdvijftig voor de rechter daagt omdat ze niet willen vertrekken. Met rugdekking van de stad, z’n tien wethouders en hun woonvisie – het is een naar verhaal.

Als ik vraag naar Grarda’s achtergrond zegt ze: ‘ik ben een rooie’. Haar opa was bij de Sociaal Democratische Bond van Domela Nieuwenhuis. Komt goed uit, want de huidige socialisten van de PvdA vieren deze week hun 125-jarig bestaan, en grijpen graag terug op de rode wortels. ‘Een fatsoenlijke woning is zo schaars geworden dat de woningnood terug is’, schrijft Lodewijk Asscher nog maar eens in Het Parool.

 

Grarda Pelger. Beeld Joke Schot

Bezópen

Droom en daad – ook de PvdA tekende hier voor sloop, en GroenLinks; samen hebben ze nu vier wethouders. ‘Het is bezópen’, zegt mevrouw Pelger. En ze gaan een kwaaie aan haar hebben.

Want is die buurt wel zwak? Thuis bij An Rook en Wim Leewis komt hóp een ‘belevingsonderzoek’ op tafel van bureau Maroned: ‘leven mensen harmonieus samen en betekenen veel voor elkaar’, ‘zeker geen doorgangsbuurt’. En hóp daar is een brief van prof. ir. Jouke Post, de architect verantwoordelijk voor de laatste renovatie in 1984, die na een bezoek concludeert: ‘ik was verrast door de goede staat van zowel de bouwblokken als de woningen’ en: ‘prima leefbare buurt’.

An en Wim bewonen een frisse vierkamerwoning met behoorlijke tuin en schuur, en toch ‘verouderd en sleets’, aldus Vestia in een brief. Ze zijn gepensioneerd. Ze kennen de slechte tijden, de junks, de rellen, ze kwamen hier in ’74. Ze krijgen zesduizend euro en een urgentieverklaring als ze verdwijnen voor het einde van het jaar.

An: ‘Ze willen godbetert bouwen voor sociale stijgers. Wij zijn kennelijk afgeschreven.’

Wim: ‘Ze kennen de buurt niet, ze weten niet welke kwaliteit de woningen hebben.’

An: ‘Wat ze willen is: alle hoofddoekjes de deur uit.’

 

‘Prima leefbare buurt’. Beeld Toine Heijmans

Zwart gat

Deze buurt is een zwart gat van armoede en ellende, blijven stad en woningbouw herhalen. Wethouder Bas Kurvers, een ambitieuze VVD’er, vertelde het AD: ‘Als je goed kijkt zie je de ratten gewoon lopen.’ Tijdens de eerste rechtszaak tegen dertien bewoners, twee weken terug, haalde de advocaat van Vestia er de Cito-scores van de basisschool bij: alweer een teken van sociale zwakte. Hóp: document op tafel waaruit blijkt dat de basisschool juist buitengewoon presteert.

Woningcorporaties hebben één taak: het bieden van goede, betaalbare huizen aan degenen die niet veel betalen kunnen. De geschiedenis van Vestia is bekend: ver van die missie afgedreven, verblind door het grote geld, nu worstelend met een miljardenschuld. Waarom willen ze dan zo graag slopen?

‘Omdat het ze 27 miljoen oplevert aan teruggave van de verhuurdersheffing’, zegt Wim.

Hij neemt me mee naar buiten en wijst de zwakke plekken aan: dat blok kan weg, dat ook. Maar veel kan blijven, ‘de hele buurt hier heeft energielabel C’. Pal achter de Hilledijk verrijst een nieuwe yuppenwijk, met koophuizen van vier ton, ‘prima voor de sociale stijgers’.

Maar zij zijn rooie Rotterdammers en die wijken zomaar niet. Die weten dat ze Zuid mee hebben opgebouwd. ‘Het was slimmer geweest als ze eerst met ons hadden gepraat.’

Drie keer kwam de woonbegeleider van Vestia op bezoek bij mevrouw Pelger, om over haar vertrek te praten. Hij was welkom. Nu leest ze in de dagvaarding: ‘Gedaagde weigert gelegenheid te geven voor huisbezoek’. Dat is bedrog, tegenover een vrouw van 80 jaar. De vrouw die de kinderen Taoeuch van hiernaast belangeloos bijles gaf en huiswerkbegeleiding, opdat ze allemaal sociaal konden stijgen. Die een steun is voor haar Bulgaarse buurvrouw Violetta. Die hier 74 jaar woont – iets wat Vestia bestrijdt, want daar tellen ze haar kinderjaren niet mee.

Pijnlijk. Op z’n minst.

Upgraden is best een goed idee. Maar hier maken gemeente en woningbouw een klassieke fout: ze gebruiken de tactiek van de verschroeide aarde en zien de bewoners als sluitpost van een doordraafbeleid. Ze organiseren hun eigen verzet. Was ik de directeur van Vestia, dan kocht ik de grootste bos rode rozen ooit, en belde samen met de wethouder aan bij mevrouw Pelger om het goed te maken en oude foto’s te bekijken.

En daarna helemaal opnieuw beginnen.

 

An Rook en Wim Leewis. Beeld Toine Heijmans

 

Een geheim profileringsalgoritme loslaten op arme wijken is onethisch

Fraudeonderzoek met het risico-indicatiesysteem (SyRI) in de wijken Bloemhof en Hillesluis is gestopt, omdat zulk onderzoek mogelijk in strijd is met privacywetten. Gwen van Eijk legt uit dat gebruik van geheime profileringsalgoritmen zoals SyRI ook om andere redenen getuigt van onethisch bestuur. 

 Gwen van Eijk 19 juli 2019 

Het College van B&W besloot twee weken geleden te stoppen met de inzet van het geheime profileringsalgoritme SyRI. Het werd gebruikt om fraude op te sporen in twee wijken op Zuid: Hillesluis en Bloemhof. Maanden eerder had de SP-fractie het college al verzocht om SyRI stop te zetten, in afwachting van de rechtszaak die een collectief (burgerrechtenorganisaties en FNV) onder de naam ‘Bij Voorbaat Verdacht’  is gestart tegen de Staat. Het Rotterdamse stadsbestuur weigerde toen. Eerder hadden ook bewoners van Hillesluis en Bloemhof, waar 1263 adressen al als ‘risicovol’ waren aangemerkt, zich verzet tegen SyRI. Het is onduidelijk of hun protest een rol heeft gespeeld bij het huidige besluit SyRI stop te zetten. 

We weten niet hoe het algoritme tot stand is gekomen, wat het aanwijst als ‘risicogeval’ en welke gegevens worden geanalyseerd

De reden dat de gemeente nu wél stopt met SyRI is dat er geen overeenstemming bereikt werd met het ministerie van SZW (dat project SyRI aanstuurt) over de waarborging van de privacy. Het goede nieuws: het bestuur wilde de privacy van burgers beter beschermen dan het ministerie.

Burgemeester Aboutaleb vond het gebruik van zoveel persoonlijke gegevens voor fraudeopsporing disproportioneel. Helaas reageerde hij niet op de vele andere fundamentele bezwaren tegen het gebruik van een geheim opsporingsalgoritme. Project SyRI lijkt nu van de baan, maar zou evengoed weer ingezet kunnen worden als aan de privacybezwaren tegemoet wordt gekomen. In dit artikel leg ik uit waarom het werken met geheime profileringsalgoritmen ook om andere reden getuigt van onethisch bestuur.

Geheimzinnigheid

SyRI staat voor Systeem Risico Indicatie. Op basis van heel veel persoonlijke gegevens die de overheid heeft van haar burgers, wordt met behulp van een algoritme gezocht naar afwijkende patronen. Een ambtenaar beslist vervolgens of er verder onderzoek wordt gedaan naar bijstandsfraude en andere misstanden (zie hier meer uitleg). Een afwijkend patroon is bijvoorbeeld dat iemand zonder thuiswonende kinderen toch kinderbijslag ontvangt. 

Privacyschending is slechts één van de vele bezwaren die het collectief ‘Bij voorbaat verdacht’ zal opvoeren in hun rechtszaak. Transparantie is bijvoorbeeld een ander bezwaar. Het is één en al geheimzinnigheidrondom SyRI. We weten niet hoe het algoritme tot stand is gekomen, wat het algoritme aanwijst als ‘risicogeval’ en welke persoonsgegevens precies worden geanalyseerd. SWZ-staatssecretaris Van Ark wees bovendien in de Tweede Kamer een onafhankelijke audit naar SyRI af. 

De kans dat profileringsalgoritmen discrimineren op grond van sociale klasse en migratie-achtergrond is levensgroot

Tweet dit

Ook de documenten over de besluitvorming rondom Hillesluis en Bloemhof zijn niet vrijgegeven. Over andere SyRI-projecten is informatie beschikbaar alleen omdat er WOB-verzoeken zijn ingediend. De Rotterdamse gemeenteraad zou de informatie over de uitvoering pas verstrekken nadat het project was afgerond. De raad kreeg in juni weliswaar uitleg over SyRI van een delegatie van ambtenaren van het ministerie van SZW, maar onder strikte geheimhouding – iets dat enkele Rotterdamse fracties (terecht) weigerden. Gebrek aan informatie betekent gebrek aan controle. 

Ondertussen woedt onder AI-experts, juristen, sociaalwetenschappers, onderzoeksjournalisten en zelfs enkele bestuurders een veel bredere (internationale) discussie over opsporings- en profileringsalgoritmen en de problemen die daarbij spelen, met name rondom discriminatie en geheimhouding. Daaruit kunnen we in elk geval twee lessen leren. Ten eerste is de kans dat profileringsalgoritmen discrimineren op grond van sociale klasse en migratie-achtergrond levensgroot. Ten tweede is de geheimzinnigheid rondom SyRI geen noodzaak die voortvloeit uit technologie of opsporingsbelang, maar een politieke keuze. Een achterhaalde en onethische keuze bovendien, nu steeds meer wordt gehamerd op transparantie. Hieronder leg ik uit waarom deze lessen ook bij SyRI van belang zijn. 

Dirty data

Een belangrijke reden voor openheid schuilt in het risico dat het algoritme discrimineert, op grond van huidskleur of migratie-achtergrond. Er zijn inmiddels talloze voorbeelden zijn van racistische profileringsalgoritmen. Studies in Groot-Brittanie en de V.S. laten zien dat raciale bias is ingebakken in software voor predictive policing en in (geheime) algoritmes die gebruik worden door rechters om de kans op herhaald crimineel gedrag in te schatten. 

Die vooroordelen of bias in algoritmen is het gevolg van ‘dirty data’. Dat betekent: de data waarop algoritmen worden getraind zijn geen objectieve, neutrale feiten maar het product van menselijke beslissingen. Elke bias of fout in menselijke beslissingen – om al dan niet te gaan opsporen, vervolgen en bestraffen – wordt gekopieerd in de ontwikkeling van het profileringsalgoritme.

Amazon ontwikkelde bijvoorbeeld een ‘seksistisch algoritme’ – dat geen vrouwen selecteerde voor sollicitaties – omdat in het verleden voornamelijk mannen waren aangenomen. Zo’n bias in een algoritme blijkt moeilijk te corrigeren. In het voorbeeld van Amazon selecteerde het algoritme niet enkel direct op geslacht maar ook op meer subtiele gegevens, zoals lidmaatschap van clubs die zich richten op vrouwen. 

De data waarop algoritmen worden getraind, zijn geen objectieve feiten maar het product van menselijke beslissingen

Met deze voortschrijdende inzichten in bias en discriminatie, is de kans klein dat SyRI vrij van zulke soort ingeslopen vooroordelen is. Dat kunnen we echter niet controleren, vanwege de geheimhouding. Maar de lijst van persoonsgegevens die SyRI analyseert is al voldoende reden tot zorg. Zo zijn inburgeringsgegevens indicaties voor herkomst en nationaliteit – gegevens die niet voor niets niet door de overheid mogen worden bijgehouden of gebruikt.

Verder zijn historische gegevens over delicten en sancties bij uitstek ‘dirty data’ want ze zijn het product van beslissingen door politie, justitie, rechters en andere handhavingsinstanties (om al dan niet te gaan opsporen, vervolgen, bestraffen). Als in het verleden besloten is om bij de opsporing meer aandacht te schenken aan – ik zeg maar wat – mensen met schulden, dan kan het algoritme dit als relevant gegeven zien. Dat kan ertoe leiden dat mensen met schulden disproportioneel vaak worden aangemerkt als potentiële fraudeur.

Bovendien wordt bij elk afzonderlijk project bepaald welke gegevens voor dat project noodzakelijk zijn. Ook daarin kan bias sluipen, bijvoorbeeld als ambtenaren denken dat mensen met schulden vaker frauderen terwijl dit in werkelijkheid niet zo is. 

Feedbackloops

Zoals algoritmen bias uit het verleden kopiëren, zo wordt dit ook versterkt in de toekomst. Dat worden feedbackloops genoemd. AI-expert Cathy O’Neil noemt dit in haar boek Weapons of Math Destruction een van de grootste problemen van profileringsalgoritmen. Wiskundige Ionica Smeets legt op een simpele manier uit hoe een bijna verwaarloosbaar beetje profilering, na een aantal jaren leidt tot een flinke vertekening. 

Het algoritme produceert zelf ook ‘dirty data’ en het profileren van arme wijken leidt tot een vertekening in fraudestatistieken

De keuze om SyRI in te zetten in Hillesluis en Bloemhof (en eerder de Afrikaanderwijk, al werd het ook hier afgeblazen) heeft consequenties. Het profileren van arme wijken zal ertoe leiden dat er een vertekening komt in statistieken over fraude: arme mensen zullen daar vaker in voorkomen. Dat betekent niet dat arme mensen vaker frauderen maar wel dat de fraudeurs onder hen vaker zijn opgespoord. Het algoritme produceert dus zelf ook ‘dirty data’.

Het is de vraag of bestuurders en handhavers zich dat realiseren, of dat zij in de nieuw geproduceerde oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de criminaliteitsstatistieken, reden zien om nog meer in te zoomen op deze groepen. Met als gevolg: nog meer bias in de data, enzovoorts – zie daar de feedbackloop. Dat doet onvermijdelijk ook iets met de toch al niet gunstige beeldvorming over de groep mensen die afhankelijk is van sociale voorzieningen. 

 Principle-free politics

Het Rotterdamse bestuur heeft project SyRI afgeblazen om reden van privacy, maar blijkt dus niet gehinderd door enige kennis over de voortdurende discussie rond discriminatoire effecten van profileringsalgoritmen. Bovendien is er een brede beweging naar meer transparantie rondom het gebruik van algoritmen in bestuur en beleid. Zo streeft het bestuur in New York City ernaar dat alle algoritmen transparant zijn (al schort het nog aan de uitvoering), onderzoekt de gemeente Amsterdam ethische algoritmen en kiest de gemeente Uden er bewust voor geen voorspellende algoritmen te gebruiken. Zelfs commerciële bedrijven, die geld verdienen aan gepatenteerde geheime software, komen langzaamaan tegemoet aan de eis van transparantie. 

Dat het Rotterdams college akkoord ging met de inzet van een geheim algoritme is achterhaald en daarmee ook onethisch: geheimhouding is onnodig en hindert de controle van instrumenten die verregaande consequenties kunnen hebben voor (onschuldige) burgers. 

De discussie over SyRI toont andermaal dat het Rotterdams bestuur bereid is ethische en rechtsstatelijke principes overboord te zetten onder het mom van vage noties van ‘veiligheid en leefbaarheid’. Ik noemde dat hier eerder ‘principle-free politics’. De rechtsstatelijke principes en regels voor behoorlijk bestuur oprekken onder het mom van ‘experiment’ is geen kunst: de uitdaging ligt juist in het ontwikkelen van beleid en instrumenten die binnen de rechtsstatelijke kaders blijven. Hoewel SyRI van de baan lijkt, blijft een fundamentele discussie over ethisch bestuur hard nodig. 

 

Eerste huurders Tweebosbuurt voor de rechter

16 augustus 2019

Op woensdag 14 augustus stonden de eerste dertien huurders uit de Tweebosbuurt voor de rechter. Zij waren gedagvaard omdat zij niet akkoord zijn gegaan met de huuropzegging van hun verhuurder Vestia die de wijk wil herstructureren.

Uitzicht op Rotterdam-Zuid
Uitzicht op Rotterdam-Zuid 

Vandaag hebben ook 49 andere huurders een dagvaarding gekregen. Daaronder bevinden zich volgens de bewonersorganisatie Tweebos veel mensen die uit principiële overwegingen weigeren te verhuizen. In de eerste groep van dertien huurders die deze week terecht stond, waren er meerderen die wel bereid waren te verhuizen, maar alleen naar een passende woning.

Herstructurering Tweebosbuurt

Vestia wil, daarbij gesteund door het Rotterdamse gemeentebestuur, de Tweebosbuurt in Rotterdam-Zuid herstructureren. De woningcorporatie wil er 90 sociale huurwoningen renoveren en 535 sociale huurwoningen afbreken. Daar komen dan 374 woningen voor terug, waarvan 130 nieuwe sociale huurwoningen op het aangrenzende Emplacementsterrein. De overige 244 woningen worden vrije sector huur en koop.

Indexcijfers argument voor sloop

De bouwtechnische argumenten van Vestia voor de sloop zijn flinterdun. De funderingen zouden matig zijn, maar niet slechter dan het overgrote deel van Rotterdam, zo blijkt uit de Funderingskaart van Rotterdam. De corporatie zette bij monde van haar advocaat Benneker daarom in op de sociaal-economische, leefbaarheids- en veiligheidsindexcijfers van de Afrikaanderwijk, de grotere wijk waar de Tweebosbuurt onderdeel van is. Die cijfers zijn slechter dan het Rotterdamse en landelijke gemiddelde, een van de redenen waarom het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid in het leven is geroepen.

Cito-scores argument voor sloop

Ook de Cito-scores van omliggende basisscholen kwam ter discussie. Die waren – op sommige scholen lager dan de landelijke gemiddelden – klaarblijkelijk argument om bijna 550 sociale huurwoningen te ontruimen.

Mantelzorg in de Tweebosbuurt

Over de Tweebosbuurt zélf zijn er geen cijfers voor handen. Veel bewoners benadrukken daar prettig te wonen, vaak al jarenlang, van generatie op generatie. De sociale samenhang in de Tweebosbuurt is groot, veel mensen (mantel)zorgen er voor elkaar. Bovendien zijn veel woningen tijdens de stadsvernieuwing verbeterd waardoor ze in redelijke staat verkeren.

Onvoldoende passende woonruimte voorradig

Menig criticus van het herstructureringsplan wees er op dat het lastig gaat zijn om zoveel bewoners uit de Tweebosbuurt een passende alternatieve woonruimte te bieden. Gezien de schaarste op de Rotterdamse (sociale) huurmarkt. Maar ook omdat veel andere woningen in Rotterdam in mindere staat verkeren of veel duurder zijn dan die waar de bewoners uit moeten vertrekken. Bovendien willen veel bewoners in de buurt blijven wonen.

Wat is passend

In de zitting werd duidelijk dat bewoners en Vestia veelal een andere interpretatie hebben van wat 'passend' is. De rechter vond het dan ook voor de hand liggen dat Vestia een aantal bewoners die woensdag waren gedagvaard nu toch een meer geschikte woonruimte moet aanbieden. Met een vonnis verwacht de rechter op 6 september te komen.

Vestia wil alles leeg voor 1 januari

Vestia wil dat de huidige woningen per 1 januari 2020 ontruimd zijn. Als zij niet tijdig de sloop en nieuwbouwplannen kan uitvoeren, vreest de corporatie miljoenen aan sloopsubsidie van het Rijk mis te lopen in de vorm van korting op de verhuurderheffing.

Strijdbare bewoners laten zich niet wegjagen

De verontwaardiging en strijdbaarheid bij de 100 aanwezige Tweebosbuurters en andere Rotterdammers was groot. Over Vestia's planning voor de sloop werd schamper gelachen: Wij blijven gewoon zitten!